Aansprakelijkheid bij een kettingbotsing van automobilisten

Een kettingbotsing is een botsing tussen meer dan twee automobilisten waarbij de derde en de daaropvolgende bestuurders door een eerste ongeval zelf in een ongeval terechtkomen. De meest voorkomende vorm is dat na een ongeval een derde bestuurder tegen de tweede bestuurder aanrijdt. Het kan ook zo zijn dat de derde bestuurder tegen de tweede bestuurder aanrijdt en dat deze dan weer door de klap tegen de eerste bestuurder aanrijdt.
In alle gevallen is er waarschijnlijk sprake van voertuigschade en mogelijk letselschade en vaak resteert de vraag wie er nou aansprakelijk is voor het ongeval. Dit blog over de aansprakelijkheid bij een kettingbotsing zal hopelijk antwoord geven op uw vraag.

Wettelijke regels

Over het algemeen is de regel dat degene die achterop de andere botst bij een kop-staartbotsing aansprakelijk is voor degene die van achteren is geraakt. Dit is terug te vinden in de Wegenverkeerswet en dan met name in twee wetsartikelen: artikel 5 en artikel 6. Verder is er nog het zogeheten ‘Reglement verkeersregels en verkeerstekens’, ook wel het RVV genoemd. Hierin staat één artikel die gezamenlijk met de andere twee de situatie en aansprakelijkheid perfect uitleggen.

Allereerst artikel 5 van de Wegenverkeerswet. Deze wet vertelt ons dat het verboden is om u zo te gedragen dat u gevaar op de weg wordt veroorzaakt of dat u met uw handelen het verkeer hindert. Dit betekent dat u niet op een snelweg stil mag staan, bij groen licht moet doorrijden en niet mag slingeren tussen twee banen. Alles wat ervoor zorgt dat u andere bestuurders hindert, is door dit artikel verboden.

Dan geeft artikel 6 van de Wegenverkeerswet een aanvulling op artikel 5. Hierin staat namelijk dat u geen handelingen mag verrichten die een ongeval veroorzaken, denk hierbij aan het plotseling onnodig remmen op de snelweg.

Dan de gouden regel, Artikel 19 van het bovengenoemde reglement. Hierin staat dat de bestuurder in staat moet zijn zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is. Of, makkelijker gezegd, er wordt van de bestuurder verwacht dat hij voldoende afstand houdt om op tijd te remmen zodat hij zijn voorganger niet raakt.

De aansprakelijkheid bij een kettingbotsing

Nu we deze drie regels kennen, is het mogelijk om te achterhalen waar de aansprakelijkheid ligt bij een kettingbotsing. Stel dat de bestuurder 1 in een kettingbotsing plots moet remmen en vervolgens geraakt wordt door bestuurder 2, die op zijn beurt weer van achter geraakt wordt door bestuurder 3. Er wordt in deze situatie gesproken over een dubbele kop-staartbotsing, de kop-staartbotsing tussen bestuurder 1 en 2, en de kop-staartbotsing tussen bestuurder 2 en 3. In beide gevallen wordt artikel 19 van het reglement toegepast. Bestuurder 2 had meer afstand moeten houden van bestuurder 1, bestuurder 3 had meer afstand moeten houden voor bestuurder 2 en beiden zijn daarom aansprakelijk voor de schade van degene die zij hebben geraakt.

De andere twee regels zijn voor bijzondere situaties. Stel dat in de vorige situatie bestuurder 2 wel op tijd remde om niet tegen bestuurder 1 aan te komen. Vervolgens raakt bestuurder 3 bestuurder 2, die door de klap naar voren geduwd wordt en bestuurder 1 raakt.

Hier is er geen fout gemaakt door bestuurder 2, maar toch komt hij door toedoen van een ander in een kop-staartbotsing terecht met bestuurder 1. In deze situatie zal hij moeten bewijzen dat hij geen schuld heeft aan de botsing en dat bestuurder 3 een handeling heeft verricht dat heeft geleid tot een ongeval, hetgeen wat artikel 6 van de Wegenverkeerswet verbiedt.

Opzettelijke hinder

Als laatst, wat nou als een bestuurder een achterliggende bestuurder opzettelijk hindert, door bijvoorbeeld vlak voor hem opzettelijk te remmen (soms ook ‘de remtest’ genoemd), of hem niet voorbij te laten en dus te hinderen? Dan is er sprake van artikel 5, de voorste bestuurder veroorzaakt hinder en dat is strafbaar, maar artikel 19 geldt nog steeds. Mocht u door toedoen van een ander dus in een kop-staartbotsing terecht komen waar u de achterste bestuurder bent? Dan moet u bewijzen dat het ongeval niet door uw toedoen komt. Het uitgangspunt en de gouden regel is namelijk het voldoende afstand houden op de voorligger.

Wees voorzichtig

Wees dus altijd voorzichtig tijdens het rijden en houd voldoende afstand. Als u de achterste bestuurder bent bij een kop-staartbotsing dan bent u aansprakelijk voor de schade, tenzij u kunt bewijzen dat u niet de veroorzaker van het ongeval bent. Dat is veel lastiger dan het klinkt, omdat er in eerste instantie van uit wordt gegaan dat u niet voldoende afstand heeft gehouden. Let daarom altijd op de twee seconderegel: tel vanaf het moment dat uw voorganger bij een bepaald punt komt tot aan het moment dat u langs hetzelfde punt komt. Telt u twee of meer seconde? Dan heeft u een veilige afstand op uw voorligger.

Rijd veilig!

Heeft u vragen over een botsing of kettingbotsing en de aansprakelijkheid hierbij? Dan kunt u vrijblijvend contact opnemen met e-Letsel. Wij kunnen uw vraag beantwoorden en indien u recht heeft op een vergoeding deze kosteloos voor u verhalen bij de tegenpartij.