Zwakke verkeersdeelnemers en aansprakelijkheid

In Nederland wordt er onderscheid gemaakt tussen verschillende verkeersdeelnemers, namelijk de sterke en zwakke verkeersdeelnemers. De termen ‘sterk’ en ‘zwak’ zijn niet voor niets gekozen. Stel dat er een botsing plaatsvindt tussen een automobilist en een voetganger. U kunt zich voorstellen dat de voetganger bij een dergelijke botsing meer schade oploopt dan de automobilist, die beschermd wordt door het voertuig. De automobilist is dus een sterke verkeersdeelnemer, terwijl de voetganger een zwakke verkeersdeelnemer is.

Waar ligt nou de grens? In Nederland is er bepaald dat iedereen die een gemotoriseerd voertuig gebruikt een sterke verkeersdeelnemer is. Dit zijn dus auto’s, vrachtwagens, maar ook motoren en bromfietsen. Zwakke verkeersdeelnemers daarentegen gebruiken geen gemotoriseerd voertuig. Kortom: dit zijn fietsers en voetgangers.

Aansprakelijkheid bij zwakke verkeersdeelnemers

Het is leuk om te weten dat er een verschil is, maar er is ook een reden dat er een onderscheid gemaakt wordt tussen de twee. Er is in Nederland namelijk sprake van risicoaansprakelijkheid. Sterke verkeersdeelnemers dragen een deel van de aansprakelijkheid bij een ongeval tussen een sterke en een zwakke verkeersdeelnemer. Dit geldt zelfs als er sprake is van een fout van de zwakke verkeersdeelnemer. Het enkel betrokken zijn bij een ongeval met een zwakke verkeersdeelnemer betekent voor de sterke verkeersdeelnemer dat hij (een deel van) de schuld draagt.

Bewijslast

Dit klinkt natuurlijk niet eerlijk. Een sterke verkeersdeelnemer kan perfect rijden, kan zich netjes aan de verkeersregels maar kan toch aansprakelijk worden gesteld als hij in een botsing terechtkomt met een onoplettende voetganger. Daarom is er wel een eigen schuldrisico voor de zwakke verkeersdeelnemers. Dit risico betekent dat zij hun schade, indien zij zelf de verkeersregels negeerde, voor een deel zelf zullen moeten betalen. Hoeveel dat precies is wordt in Nederland uitgedrukt in een percentage dat kan oplopen tot 50%.

Wel belangrijk om te noteren is dat de bewijslast hiervan bij de sterke verkeersdeelnemer ligt. Dit betekent dat er bij een ongeval vanuit wordt gegaan dat de fout bij de sterke verkeersdeelnemer ligt. Zij dragen immers het risico doordat zij in een gemotoriseerd voertuig rijden. De sterke verkeerdeelnemer zal dus aan de hand van getuigenverklaringen, video- en beeldmateriaal of op andere wijze moeten onderbouwen dat het ongeval is ontstaan door een fout van de zwakke deelnemer.

Expertise

U kunt zich voorstellen dat de onderbouwing hiervan tot ingewikkelde discussies kunnen leiden, vooral als er sprake is van veel schade en/of letsel. Daarom is het handig om bij dergelijke ongevallen expertise aan te vragen van een ervaringsdeskundige. e-Letsel is een expert op het gebied van letselschade en heeft hierdoor dergelijke situaties vaak gezien en behandeld. Heeft u vragen over sterke en zwakke verkeersdeelnemers of heeft u vragen met betrekking tot een dergelijk ongeval? Neem dan kosteloos contact op met ons kantoor.